Het Bodeteken

 

Het bodeteken was lange tijd het legitimatiebewijs van de medewerker die namens het bestuur van de Malen, berichten rond bracht. In eerste instantie gebeurde dat vaak mondeling. Later ook door het ophangen van plakkaten. Bekend is dat tot de reformatie de schouw werd afgekondigd in de kapel van Coelhorst en de kerk in Leusden.


Aan het eind van de 16e eeuw worden de stadsomroepers betaald voor afkondigingen op marktdagen. In de 17e eeuw zijn het poortwachters en kosters die geld krijgen voor het ophangen van de schouwbrief, in ieder geval in de Sint Joriskerk en bij de poort bij Bloemendaal.


Vanaf ongeveer 1600 komen in Nederland de bodetekens in gebruik o.a. voor  stadsbesturen en gilden. Het bodeteken van de Malen is ergens tussen 1700 en 1800 gemaakt en dus in gebruik genomen. Omdat een zilverteken van de maker ontbreekt is een precieze datering niet mogelijk. Het bodeteken is sinds 1910 in bruikleen bij museum Flehite. Op Sint Margriet haalt de bode het teken daar op. Hij draagt het bij de verwelkoming van de Malengeërfden en tijdens de aankondiging dat de klok 11.00 uur slaat, het teken dat de vergadering begint.