De eerste naoorlogse jaren

De eerste na-oorlogsjaren

Op 15 juli 1946 kwamen de Malen voor ’t eerst bijeen in een nieuw etablissement: de Wapenroem in de Utrechtsestraat.

Gelukkig was er nu ook weer de bekende lijst met de namen van de Malen geërfden. In de oorlog was deze door de Duitsers verboden. Wel was door de drukker steeds één exemplaar vervaardigd voor het archief.

Een punt van grote zorg was de aanstaande ruilverkaveling in Eemland. Door de overheid werden bindende besluiten genomen zonder inspraak van de landeigenaren. Deze mochten na het eindvoorstel eventueel nog wel wensen kenbaar maken. Wat zou nu het lot zijn van het historisch grondbezit van de Malen? In 1947 werd een commissie in het leven geroepen bestaande uit de rent- en thinsmeesters en prof. De Monté verLoren en later nog aangevuld met de heer Boersen. Deze moest proberen de ruilverkavelaars te wijzen op het historisch belang en het wenselijk behoud van de Malen gronden met vaak heel oude namen. Dit had succes. De verantwoordelijke ambtenaar in Utrecht, de heer Tiggelaar, verklaarde zich bereid de Malen gronden zo veel mogelijk buiten de ruilverkaveling te houden. Daarin is hij grotendeels geslaagd. Maar pas in 1950 kreeg de zaak definitief zijn beslag. De Malen ontvingen zelfs iets meer grond ter compensatie van enkele kleine stukjes die ingeleverd moesten worden. Daar hing overigens wel een prijskaartje van f. 725,26 aan. De algemene kosten van de ruilverkaveling zouden circa f. 20.000,- bedragen. De Malen konden dat bedrag niet ineens betalen maar aflossing van 5% in dertig jaartermijnen was ook mogelijk. Het bedrag werd omgeslagen over de betrokken pachters.

In 1946 vierde Johannes de Louter junior een opmerkelijk jubileum. Hij was toen 65 jaar Malen geërfde. Zijn grootvader notaris De Louter, die ook rentmeester was, had in 1881 een portie voor zijn kleinzoon verworven. De laatste bleef daardoor altijd De Louter junior. Overigens zou hij vijf jaar later nog herdenken dat hij 70 jaar Malen geërfde was. Een opmerkelijk jubileum. Maar nog overtroffen in meer recente tijd. In 2002 was ds. Van Hensbergen 80 jaar Malen geërfde, mevrouw Strunz-Knoppers in 2003 71 jaar en mevr. Van den Toorn-Knoppers in 2012 82 jaar.

Een iets korter jubileum vierde bode Willem Frederik Voges in 1948. Hij was toen 25 jaar als zodanig in dienst. Hij kreeg f. 10,- voor een doos sigaren. Hij bleef in functie tot in 1961.

In 1947 werd gepleit om de rekening en verantwoording niet meer in zijn geheel voor te lezen. Dit voorstel werd verworpen omdat in 1716 was bepaald dat de vertering tijdens het voorlezen was geschrapt en dat de aanwezigen in ruil daarvoor een uitkering kregen van f. 3,-. In poging in 1950 om dat bedrag in verband met de dure tijden te verhogen haalde het evenmin.

In 1949 werd wel toegestaan om vanwege het warme weer tijdens de koffiepauze de koffie eventueel te vervangen door een glas bier. In dezelfde vergadering werd verheugd gereageerd op het feit dat de Malenporties van een vrouwelijke Malen geërfde eigendom waren geworden van mr. S. van ’t Eind en B.S. van ’t Eind. Twee namen konden toen verhuizen van rechter kolom op het convocaat naar de linker van de stemgerechtigden. Men vond dat een zeer gunstige ontwikkeling.

De volgende keer wellicht nog wat meer over de ontwikkelingen in de jaren vijftig.

 

Verslag van drs. B.G.J. Elias, archivaris van het College, uitgesproken tijdens de Generale Bijeenkomst op donderdag 13 juli 2017, zijnde Sint Margriet.