De jaren dertig

De Malen in de jaren dertig van de 20e eeuw


De bijeenkomst van 13 juli 1932 heeft een extra feestelijk karakter omdat herdacht wordt dat 650 jaar daarvoor, in 1282, de Malen voor ’t eerst vermeld werden. Rentmeester Wijnand van Haselen geeft een historisch overzicht. Hij kon hiervoor putten uit het kort daarvoor verschenen proefschrift van W. van Iterson, De historische ontwikkeling van de rechten op den grond in de provincie Utrecht. De schrijver had ook 40 overdrukken laten maken over het stuk dat handelde over de Malen. Deze waren bestemd voor de Malengeërfden. Als dank voor alles kreeg Van Iterson een oorkonde met de handtekeningen van de Malengeërfden en het zegel van de Malen. De Malengeërfden kregen na afloop van de bijeenkomst een koffiemaaltijd aangeboden en een rit per touringcar langs de landerijen van de Malen.

Er is echter niet alleen feestelijk nieuws. Ook de pachters hebben te maken met de wereldwijde economische crisis. Zij vragen, evenals het jaar daarvoor, korting op de pachtsom. Deze wordt vastgesteld op 20%. Ook in de daarop volgende jaren zal dat het geval zijn.

In 1935 wordt voor ’t eerst vergaderd in een nieuwe locatie: sociëteit Concordia in de Langestraat, thans de sportzaak Wim Jacquet. In vroeger tijd was men bijeengekomen in de Stadsdoelen, het voormalige Observantenklooster. Vanaf 1845 vonden de bijeenkomsten plaats in het huis van Cornels van Wageningen aan de Varkensmarkt. Hij was de kastelein en tot 1856 ook de eigenaar van Concordia. Zijn woning werd later Hotel Muller. Deze werd op 1 januari 1904 door brand verwoest. De Malen verhuisde toen naar De Vergulde Zwaan van de heer Schwemmer in de Utrechtsestraat op de plek waar nu V&D staat. Hij was daarvoor de eigenaar geweest van Hotel Muller.  Na de opheffing van De Vergulde Zwaan was Concordia een aantrekkelijk alternatief. De notulen zeiden daarover: ‘…een oud gebouw in het centrum van de stad, waar een nieuwgebouwd zaaltje een behoorlijke gelegenheid biedt, voor onze vergaderingen’.

In 1936 wordt een nieuwe thinsmeester benoemd: Wilhelmus Tolboom  als opvolger van zijn overleden vader die dit ambt vanaf 1912 vervuld had als opvolger van zijn vader die 34 jaar thinsmeester geweest was.

In 1938 wordt afgesproken een besluit te effectueren dat 45 jaar daarvoor was genomen, namelijk het overbrengen van het archief naar het Rijksarchief in Utrecht. Het kon daar een goed onderdak krijgen en geordend worden. Het zou er ook door derden geraadpleegd kunnen worden.

Het jaar daarop worden met de rijksoverheid afspraken gemaakt over een zaak die al enige jaren in de pen zat, de verkoop van grond in verband met de aanleg van de rijksweg van Eemnes naar Hoevelaken. Acht percelen moesten van eigenaar wisselen. Het rijk bood hiervoor bijna f. 23.000,-. De Malen vinden dit onacceptabel en vragen f. 28.000,-. De zaak wordt afgemaakt op  ruim f. 27.500,-. Tien pachters krijgen een bescheiden afkoopsom en de Malengeërfden elk f. 436,-. Door deze verkoop daalt de waarde van een Malenportie voor de vermogensbelasting van f. 1.200,- naar f. 1.000,-.

 

 

Verslag van drs. B.G.J. Elias, archivaris van het College, uitgesproken tijdens de Generale Bijeenkomst op maandag 14 juli 2014.