De jaren twintig

De Malen in de jaren twintig van de 20e eeuw


In de Generale Bijeenkomst van de Malen op 13 juli 1922 stelt J. Boersen voor het houtgewas van het Scheuterbosch en het Kraaienbosch te verkopen. Vervolgens zou de grond voor 10 à 15 jaar ondershands verhuurd moeten worden met de verplichting er grasland van te maken. Daarna kunnen deze percelen als grasland publiek verhuurd worden. De opbrengst zal dan hoger zijn.

Een interessant voorstel maar gecompliceerd. De Malen willen daarom een beslissing uitstellen tot 1923. Boersen stelt dat als besloten wordt over te gaan van bos naar grasland die beslissing beter nog in 1922 genomen kan worden. De oplossing voor dit netelig probleem is daarna snel gemaakt. Er wordt een commissie benoemd. Deze brengt eind december een rapport uit. Het voorstel van Boersen wordt daarin onderschreven. In een extra bijeenkomst op 28 december 1922 worden de conclusies van het rapport overgenomen.

Dat het een goed besluit was blijkt op 16 juli 1928. Er wordt dan geconstateerd dat de houtprijzen inmiddels fors gedaald zijn. De enige die misschien niet helemaal gelukkig is geweest met de gang van zaken, was baron Van Tuyll van Serooskerken, de eigenaar van Coelhorst. Door het verdwijnen van het bos werd zijn jachtgebied minder aantrekkelijk. Daarom werd door de Malen bij de verlenging van de pacht van zijn jachtrecht in 1926 deze niet verhoogd maar bleef deze gehandhaafd op f 57,- per jaar.

In deze jaren speelt ook de opvolging van een thinsmeester. In de bijeenkomst van 15 juli 1929 wordt gemeld dat Anthonie van ’t Klooster is overleden. Hij had gedurende 42 jaar de functie van thinsmeester vervuld als opvolger van zijn vader die dat tien jaar gedaan had. Bij de benoeming van een thinsmeester was er geen voordracht maar een vrije stemming. Maar…in de bijeenkomst van 16 juli 1877 had jhr. Sasse van IJsselt er op gewezen dat de notulen van de vorige vergadering niet volledig waren. Volgens hem was toen namelijk bepaald dat een thinsmeester het beste een landbouwer uit Hoogland kon zijn. Reden was dat Sasse van IJsselt toen 11 stemmen in de vrije stemming had gekregen. Daarom stelden rentmeester Van Haselen en thinsmeester Tolboom voor om dit keer toch op een bepaalde persoon te stemmen omdat er wederom een Van ’t Klooster beschikbaar was. De heer Van Hensbergen reageerde daarop met de mededeling dat zijns inziens ook Boersen een goede kandidaat zou zijn. Boersen bedankt voor de eer. Daarop wordt P. van ’t Klooster, op voorstel van de heer Croockwit, bij acclamatie verkozen. Een stembureau is daarna niet meer nodig.

 

Verslag van drs. B.G.J. Elias, archivaris van het College, uitgesproken tijdens de Generale Bijeenkomst op maandag 15 juli 2013.